THEMAPAGINA veenweide en bodemdaling

Veenweide en bodemdaling: wat is het probleem?

Veenweide MastenbroekEen groot deel van Nederland kent een uniek veenweidelandschap. Een flink deel ervan ligt in het werkgebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta: zo’n 35.000 hectare. Het gebied omvat Mastenbroek en Kampereilanden (Kampen, Zwolle en Zwartewaterland), Staphorsterveld en Oldematen en de kop van Overijssel (Steenwijkerland en Zwartewaterland).

Waarom zijn er nu zoveel zorgen over deze veenweidegebieden? We zetten een paar zaken op een rijtje. (klik op het pijltje voor de tekst om meer informatie zichtbaar te maken)

Waarom daalt de bodem?

Ontwateren van veen

Veenweidegebied is opgebouwd uit lagen organisch materiaal die zijn afkomstig van planten die onder water zijn geconserveerd. Ten behoeve van landbouw en bewoning is het veen vanaf de 11e eeuw ontwaterd: eerst door middel van kleine greppeltjes, later met behulp van primitieve molens en tegenwoordig met grote moderne gemalen. Daardoor lukt het steeds beter de waterhuishouding te regelen en te voorkomen dat land onder water staat, zoals 730 jaar geleden: toen stonden grote delen van Friesland onder water omdat men niet de middelen had om het water weg te pompen.

Oxideren van veen

Door die ontwatering is het veen droger geworden. Als organisch materiaal in contact komt met zuurstof, gaat het oxideren (‘verbranden’). Daardoor neemt het in volume af en daalt de bodem.

‘Zetting’ van het veen

Een andere oorzaak van bodemdaling is zetting: door het gewicht van het veen wordt het in elkaar gedrukt. Ook belasting van de bodem door wegen, woningen etc. veroorzaakt bodemdaling.

Deze drie zorgen er samen voor dat een veenbodem tussen de 1 en soms wel 3 cm per jaar daalt. Hoeveel precies is sterk afhankelijk van het soort veen, en of er bijvoorbeeld kleilagen in het veen aanwezig zijn.

Waarom is die bodemdaling een probleem?

Landbouwgrond minder bruikbaar

Door de natte omstandigheden is veen eigenlijk alleen geschikt voor veeteelt of gras. Gras heeft een drooglegging (= de afstand tussen het gras en het grondwater) van minstens 50 cm nodig. Stel dat de bodem 1 cm per jaar daalt, dan is er na 5 jaar nog maar 45 cm drooglegging over. De grond wordt steeds natter, wat ten koste gaat van de draagkracht. De moderne landbouwwerktuigen zijn groot en zwaar, en zakken dus weg in de grond.

Kabels en leidingen breken af

Niet alleen de agrarische sector krijgt te maken met problemen. Een dalende bodem kan ook de oorzaak zijn dat ondergrondse kabels en leidingen (riool, gas, water, elektra) afbreken, bijvoorbeeld op plekken waar die leidingen een huis binnengaan. Dat huis is doorgaans onderheid (staat op heipalen) en zakt dus niet mee.

Wegen verzakken

Een dalende bodem veroorzaakt ook hoge onderhoudskosten aan wegen. Wegen zijn zelden onderheid (geen heipalen), bruggen en duikers wel. De weg zakt, maar de brug en de duikers niet: dat worden dus steeds grotere bulten in de weg, wat tot gevaarlijke toestanden kan leiden. Doordat de weg zakt kan er bij regen gemakkelijk water op de weg blijven staan, wat de verkeersveiligheid niet ten goed komt.

Kosten voor inwoners stijgen

Wegen en ondergrondse kabels en leidingen moeten in veenweidegebieden veel vaker worden onderhouden dan in gebieden waar de bodem niet zakt. Die kosten worden o.a. via de gemeentelijke belastingen en het vastrecht omgeslagen over de inwoners van de gemeente.
Woningen op betonnen heipalen blijven tot in lengte van jaren staan. Alleen de tuin van die woningen zakt. Na 10 jaar moet er een drempel voor de ingang worden gelegd en moet de tuin en het terras voor de eerste keer worden opgehoogd. Dat gaat tot in lengte van jaren door en is dus een steeds terugkerende kostenpost voor de bewoners.
Woningen op houten palen zijn een probleem apart. Als een houten heipaal onder water blijft, is er niets aan de hand. Zodra hij echter boven het grondwater uitkomt, begint hij te rotten. Daardoor ontstaat schade aan het huis. Zo’n situatie doet zich bijvoorbeeld voor als zo’n woning grenst aan agrarisch land. Om de drooglegging van 50 cm in staand te houden, zou het peil jaarlijks met 1cm moeten worden verlaagd. Om de houten heipalen nat te houden is peilverlaging uit den boze. Dat is een veelvoorkomend dilemma in het veenweidegebied.

Uitstoot broeikasgassen

Daarnaast spelen er klimaatbelangen, zoals het beperken van uitstoot van broeikasgassen. Er wordt wel gesteld dat de veenweidegebieden in Nederland gezamenlijk net zoveel CO2 uitstoten als een kolengestookte energiecentrale. Om die CO2 terug te dringen zullen dus maatregelen nodig zijn.

Wat kunnen we er aan doen?

Door het waterpeil elk jaar met 1cm te verlagen, kun je de drooglegging van 50 cm. in stand houden.

Wat zijn de gevolgen daarvan?

Voor de boer verandert er niets, alleen zakt zijn land steeds verder weg.

Voor het waterschap verandert er juist heel veel. Lage gronden hebben eerder te maken met wateroverlast. Er moet dus vaker en meer water worden weggepompt. Dat water moet ook over een steeds groter worden hoogteverschil worden weggepompt. Doordat de bodem niet overal gelijkmatig zakt, ontstaat een palet van verschillende polderpeilen. Dat maakt het waterbeheer steeds complexer en duurder.

Voor de inwoners verandert er ook iets: die jaarlijks oplopende kosten worden immers via de waterschapsbelasting omgeslagen over alle inwoners van het waterschap, dus dat betekent jaarlijks stijgende lasten.

Voor het landschap kunnen de gevolgen ook groot zijn. Ons unieke veenweidelandschap, met zijn gras, water, wolken en koeien, dankt zijn ontstaan aan de ontwatering ten behoeve van de ontginning. Maar die ontwatering is tegelijk ook (het begin van) de ondergang van het landschap. Elk jaar verdwijnt er immers 1 cm. veen.
Op sommige plekken is al een paar meter veen verdwenen en komt de onderkant van het veen (meestal zandlagen) in het zicht. Op andere plekken is de veenlaag nog meerdere meters dik. Het behoud zou gediend zijn met het stilleggen van de veenoxidatie. Dat kan door het gebied weer onderwater te zetten en er een moeras van te maken, net zoals het vroeger was. Nog even los van de problemen die dat geeft voor de huidige bewoners en gebruikers van het gebied, heb je daarmee het veenweidelandschap niet veilig gesteld. Het wordt immers een totaal ander landschap!

Aanpak

Bij het Nationaal Deltacongres op 3 november 2017 is ervoor gepleit om de veenweideproblematiek te beschouwen als de nieuwe uitdaging waar alle andere betrokkenen mee aan de slag moeten. Het gaat immers om een probleem waar heel veel partijen mee te maken krijgen: direct in hun bedrijfsvoering zoals agrariërs, of indirect via de belasting die burgers betalen aan gemeente of waterschap.
Voor Water Natuurlijk zijn daarnaast de klimaateffecten én het behoud van ons typisch Nederlandse landschap alle reden om dit onderwerp hoog op de agenda te houden.